ECLI:NL:RVS:2015:2086
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende inkomen referent
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af omdat de referent, haar Nederlandse echtgenoot, niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte onderscheid maakte tussen referenten die Nederlander zijn en derdelanders, terwijl het inkomensvereiste volgens het arrest Chakroun en de daarop gebaseerde regelgeving gelijk moet worden toegepast. Tevens stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met een vergoeding die de referent ontving voor vrijwilligerswerk, wat bij de concrete beoordeling van het inkomen betrokken had moeten worden.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de mvv wordt vernietigd.