ECLI:NL:RVS:2015:2087
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bescherming in Oekraïne
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 4 juni 2014 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het niet aan hem was om te onderzoeken of de autoriteiten in Oekraïne in het algemeen bescherming bieden tegen de problemen van de vreemdeling vanwege zijn homoseksuele geaardheid en oprichting van een LHBT-organisatie. Volgens hem lag de bewijslast primair bij de vreemdeling.
De rechtbank had echter geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende en ondeugdelijk had gemotiveerd dat de Oekraïense autoriteiten in het algemeen bescherming bieden, mede omdat hij zich baseerde op verouderde informatie. De Raad van State bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat het eerst aan de staatssecretaris is om op basis van recente informatie te onderzoeken of algemene bescherming wordt geboden. Pas daarna kan de vreemdeling aannemelijk maken dat individuele bescherming niet wordt geboden.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt daarom ongegrond verklaard. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.