ECLI:NL:RVS:2015:209
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door inzet Bulgaarse chauffeurs zonder vergunning
Bij besluit van 26 november 2013 legde de minister een boete van €64.000 op aan appellant wegens acht overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd opgelegd omdat Bulgaarse chauffeurs zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten in Nederland voor appellant.
Appellant voerde aan dat de minister niet had bewezen dat de vreemdelingen daadwerkelijk in Nederland in haar vrachtwagens reden en dat de boete gematigd moest worden vanwege het ontbreken van verwijtbaarheid, de geringe ernst van de overtredingen en haar financiële situatie. De minister onderbouwde de overtredingen met chauffeurslijsten, rittenstaten, getuigenverklaringen en andere documenten.
De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende bewijs had geleverd dat de vreemdelingen in Nederland arbeid hadden verricht zonder vergunning. Tevens werd geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij inspanningen had verricht om overtredingen te voorkomen en dat de boete niet onevenredig was gezien haar financiële situatie. De rechtbank had de boete terecht niet gematigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Limburg van 27 mei 2014 werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €64.000 wegens acht overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen.