ECLI:NL:RVS:2015:2100
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielverzoek en rechtsmacht bij overdracht veroordeelde aan Verenigd Koninkrijk
De vreemdeling, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 50 jaar door het Speciaal Hof voor Sierra Leone, deed op Rotterdam The Hague Airport een mondeling verzoek om bescherming, dat de rechtbank als een asielverzoek kwalificeerde. De staatssecretaris verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk, waarop de vreemdeling beroep instelde. De rechtbank vernietigde het besluit en wees het asielverzoek af na inhoudelijke beoordeling.
De staatssecretaris betoogde dat er geen rechtsmacht was om het asielverzoek te behandelen omdat het Speciaal Hof exclusieve jurisdictie heeft tijdens de detentie en overdracht. De Raad van State oordeelde echter dat de Nederlandse staat wel bevoegd is om het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro te beoordelen en dat deze beoordeling niet in strijd is met internationale verplichtingen, waaronder het VN-Handvest en Resolutie 1688.
Hoewel de staatssecretaris het asielverzoek niet voorafgaand aan de overdracht behandelde, oordeelde de Raad dat de vreemdeling niet in zijn belangen is geschaad omdat hij in de beroepsfase zijn verzoek kon toelichten. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de overdracht niet in strijd was met artikel 3 EVRM Pro en wees het verzoek om teruggeleiding naar Nederland af.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van asielverzoeken, ook in complexe internationale contexten van strafrechtelijke overdracht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het asielverzoek en oordeelt dat Nederland rechtsmacht heeft om het risico op schending van artikel 3 EVRM te beoordelen bij overdracht.