ECLI:NL:RVS:2015:211
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderopvangtoeslag na niet-aantonen kosten en overeenkomst
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van de kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 door de Belastingdienst/Toeslagen, waarbij de voorschotten werden teruggebracht tot nihil. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante niet had aangetoond dat zij daadwerkelijk kosten had gemaakt voor kinderopvang of dat er een geldige overeenkomst bestond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel betalingen had gedaan, maar deze niet volledig met bankafschriften kon aantonen. Tevens stelde zij dat zij door haar persoonlijke omstandigheden en taalachterstand niet verantwoordelijk mocht worden gehouden voor gebreken in de overeenkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het aan appellante was om de kosten en de overeenkomst aan te tonen, wat zij niet had gedaan.
Verder voerde appellante aan dat het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel in de weg stonden aan de nihilstelling van de toeslag, mede omdat de Belastingdienst/Toeslagen in 2009 het vertrouwen had gewekt dat zij aanspraak had op toeslag. De Afdeling verwierp dit, stellende dat voorschotten geen gerechtvaardigd vertrouwen scheppen en dat het aan appellante blijft om de kosten aan te tonen.
Ten slotte wees de Afdeling het betoog af dat het terugvorderingsbesluit in het beroep betrokken had moeten worden, omdat dit besluit geen wijziging van het bestreden besluit betrof. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.