ECLI:NL:RVS:2015:2115
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 1 oktober 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door appellante. De kosten hiervan, €126,00, zijn aan appellante opgelegd.
Appellante betwist dat zij de overtreding heeft begaan en voert aan dat het aangetroffen poststuk waarschijnlijk verkeerd is bezorgd en daardoor in de onjuist aangeboden afvaldoos is terechtgekomen. Zij stelt ook dat de papiercontainer soms vol kan zijn en dat zij vanuit haar woning kan zien of dit het geval is.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het bewijsvermoeden dat degene tot wie de afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is, geldt tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is. De aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om het bewijsvermoeden te weerleggen. Ook andere bezwaren van appellante, zoals de intimidatie tijdens de hoorzitting en opmerkingen over huisvuil naast containers, leiden niet tot een ander oordeel.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.