ECLI:NL:RVS:2015:2119
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Handhaving tegen assemblage koetsen in strijd met bestemmingsplan buitengebied Someren
Het college van burgemeester en wethouders van Someren legde een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een perceel vanwege het assembleren van paardenkoetsen, wat volgens het college in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied Someren 2011". De rechtbank oordeelde echter dat het gebruik ondergeschikt was aan de woonbestemming en vernietigde het handhavingsbesluit.
De Raad van State stelde vast dat het assembleren van koetsen een productiegerichte bedrijfsmatige activiteit betreft die niet valt onder de aan huis verbonden beroepen zoals omschreven in het bestemmingsplan. Ook was het gebruik niet beschermd door overgangsrecht omdat het reeds in strijd was met eerdere bestemmingsplannen en het college nog handhavend kon optreden.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college niet onredelijk handhavend optreedt, ondanks het langdurige bestaan van de activiteiten en de geringe ruimtelijke uitstraling. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die handhaving zouden verhinderen.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het college gegrond, waardoor het handhavingsbesluit in stand blijft en het gebruik van het perceel voor assemblage van koetsen als strijdig met het bestemmingsplan wordt aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit van het college blijft in stand.