ECLI:NL:RVS:2015:2148
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal kende aan appellanten tegemoetkomingen in planschade toe naar aanleiding van een wijziging van het bestemmingsplan die leidde tot een planologisch nadeliger situatie. Appellanten stelden dat de waardevermindering van hun woningen hoger was dan door het college vastgesteld en betwistten de taxatierapporten van het adviesbureau en de makelaardij waarop het college zich baseerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en wees hun verzoek om behandeling door een meervoudige kamer af. Appellanten gingen in hoger beroep en voerden onder meer aan dat de taxatierapporten onvolledig en onvoldoende onafhankelijk waren en dat de kosten voor rechtsbijstand onterecht niet werden vergoed.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de taxaties van de StAB, die de waardeverminderingen opnieuw had getaxeerd, binnen een aanvaardbare bandbreedte vielen en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de adviezen van het college niet onrechtmatig waren. Ook oordeelde de Afdeling dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de kosten voor rechtsbijstand die appellanten maakten voorafgaand aan het primaire besluit niet voor vergoeding in aanmerking komen, mede vanwege het onverenigbare karakter van het optreden als deskundige en gemachtigde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.