ECLI:NL:RVS:2015:2156
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over kinderopvangtoeslag 2009 wegens onjuiste gegevens en procedurefouten
Appellante maakte in 2009 gebruik van kinderopvang via drie gastouderbureaus. De Belastingdienst stelde bij besluit vast dat zij geen recht had op kinderopvangtoeslag en vorderde terugbetaling van voorschotten. In bezwaar en beroep werd dit standpunt gehandhaafd vanwege onvoldoende bewijs van betaling en het ontbreken van een overeenkomst voor een van de gastouderbureaus.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de Belastingdienst zich terecht baseerde op het ontbreken van bewijs van volledige betaling, maar dat de bezwaarprocedure niet zorgvuldig was verlopen omdat appellante niet voldoende was gehoord.
De Raad van State vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en gaf de Belastingdienst opdracht een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de juiste procedure en beoordeling. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de Belastingdienst vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de juiste procedure.