ECLI:NL:RVS:2015:2157
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting betalingscapaciteit
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister een boete van €80.000 opgelegd aan appellant wegens tien overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar werd deze boete verminderd tot €44.000. De rechtbank heeft vervolgens het beroep van appellant gegrond verklaard voor zover het ging om de weigering tot het treffen van een betalingsregeling en bepaalde dat de boete in 36 maandelijkse termijnen betaald mocht worden.
Appellant stelde in hoger beroep dat zij de boete niet binnen 36 maanden kon betalen en dat de boete verder gematigd moest worden vanwege haar financiële situatie, waarbij zij wees op een negatief werkkapitaal in de jaarrekening 2013. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit betoog onderzocht en vastgesteld dat het negatieve werkkapitaal grotendeels werd veroorzaakt door niet-direct opeisbare leningen zonder aflossingsverplichting en dat appellant over liquide middelen en een positieve nettowinst beschikte.
De Afdeling concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zij door de boete onevenredig werd getroffen en dat zij de betalingsregeling kon nakomen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €44.000 met betalingsregeling in 36 termijnen wordt bevestigd.