ECLI:NL:RVS:2015:2174
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- D.J.C. van den Broek
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningen voor bestorting vooroevers dijken in Natura 2000-gebied Oosterschelde wegens onvoldoende passende beoordeling
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland verleende vergunningen aan Rijkswaterstaat voor het verbeteren van de vooroevers van dijken op drie locaties in het Natura 2000-gebied Oosterschelde. Diverse appellanten, waaronder de Nederlandse Onderwatersport Bond en Stichting de Oosterschelde, stelden beroep in tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een appellant niet-ontvankelijk was voor twee vergunningen wegens gebrek aan belang. De overige beroepen werden gegrond verklaard omdat de passende beoordelingen onvoldoende inzicht boden in de aanwezige natuurwaarden op de stortlocaties. Er was geen veldonderzoek gedaan, terwijl gegevens uit monitoringsrapporten en vergelijkingen met andere gebieden onvoldoende waren om de aanname te staven dat de stortlocaties weinig natuurbelang hadden.
Verder was niet duidelijk of de bestortingen slechts tijdelijke effecten hadden of tot permanent verlies van het habitattype 'grote baaien' leidden. Het college had onvoldoende zekerheid verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zouden worden aangetast, wat strijdig is met artikel 19g van de Natuurbeschermingswet 1998. De besluiten werden vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten.
Uitkomst: De vergunningen voor het verbeteren van de vooroevers van de dijken in het Natura 2000-gebied Oosterschelde zijn vernietigd wegens onvoldoende passende beoordeling en onzekerheid over natuurwaarden.