ECLI:NL:RVS:2015:2189
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zicht op uitzetting en bevestiging vreemdelingenbewaring naar Marokko
Bij besluit van 23 mei 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, alsmede toekenning van schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat uit een brief van 6 mei 2015 van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat de Marokkaanse autoriteiten de samenwerking met Nederland op het terrein van gedwongen terugkeer per direct hebben hervat. Nadere schriftelijke inlichtingen bevestigden dat vreemdelingen werden gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten en dat aanvragen voor laissez passer in onderzoek werden genomen.
De Raad van State concludeerde dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko niet langer ontbreekt. De grief van de staatssecretaris slaagde en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring werd alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen schadevergoeding toegekend en het verzoek om proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.