ECLI:NL:RVS:2015:219
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D.J.C. van den Broek
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit standplaatsvergunning wegens onjuiste grondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Dronten trok bij besluit van 5 april 2013 de standplaatsvergunning van appellant in wegens het niet voldoen aan de betalingsverplichting voor maart 2013. Appellant had de vergunning verkregen op basis van afspraken in een privaatrechtelijke overeenkomst van 14 december 2011, waarin ook de betalingsverplichting was vastgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de betalingsverplichting een aan de vergunning verbonden voorschrift was.
In hoger beroep stelde appellant dat de betalingsverplichting onderdeel is van een privaatrechtelijke overeenkomst en niet als vergunningvoorschrift kan worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de betalingsverplichting een vergunningvoorschrift was, omdat deze slechts een herinnering aan de privaatrechtelijke overeenkomst betrof. Hierdoor was de intrekking van de vergunning op grond van artikel 1:6, aanhef en onder c, van de APV onterecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 10 december 2013, herroept het intrekkingsbesluit van 5 april 2013 en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de standplaatsvergunning wordt vernietigd omdat de betalingsverplichting geen vergunningvoorschrift is.