ECLI:NL:RVS:2015:2194
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming voor werkzaamheden in particuliere beveiliging wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Appellant verzocht om toestemming om werkzaamheden te verrichten voor een particuliere beveiligingsorganisatie, maar de korpschef weigerde deze toestemming op grond van onvoldoende betrouwbaarheid. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef zich terecht baseerde op feiten en omstandigheden, waaronder een incident in een supermarkt waarbij appellant zonder toestemming in een tas keek, en een eerdere geldboete wegens belediging. Daarnaast werd het onjuist invullen van het inlichtingenformulier meegewogen. De betrouwbaarheid van appellant werd hierdoor in redelijkheid betwijfeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat hogere eisen aan beveiligingsmedewerkers mogen worden gesteld en dat de persoonlijke omstandigheden van appellant niet voldoende zijn om de twijfels weg te nemen. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand gelaten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak die de weigering van toestemming bevestigt, wordt bekrachtigd.