ECLI:NL:RVS:2015:2218
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsom bij niet tijdig beslissen op Wob-bezwaarschrift
In deze zaak gaat het om een geschil tussen appellant en het college van burgemeester en wethouders van Nuenen, Gerwen en Nederwetten over de toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaar tegen een Wob-besluit.
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college en stelde het college in gebreke met een formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen. Het college stelde dat het formulier op 30 december 2013 was ontvangen, waardoor een dwangsom van €20 verschuldigd was. Appellant betoogde dat het formulier eerder was verzonden en dat het college daarom een hogere dwangsom verschuldigd was.
De rechtbank oordeelde dat het college het formulier terecht op 30 december 2013 had ontvangen en dat de dwangsom van €20 terecht was toegekend. Appellant voerde daarnaast aan dat er geen volledige heroverweging in bezwaar had plaatsgevonden en dat de gemachtigde van het college niet bevoegd was op te treden. Deze bezwaren werden door de rechtbank verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het college terecht een dwangsom van €20 heeft toegekend. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat het college terecht een dwangsom van €20 heeft toegekend wegens niet tijdig beslissen.