ECLI:NL:RVS:2015:2226
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. Hammerstein
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Herroeping weigering drank- en horecavergunning wegens onvoldoende ernstig gevaar volgens Wet bibob
De burgemeester van Ede weigerde op 19 november 2013 een drank- en horecavergunning en exploitatievergunning voor het horecabedrijf Marktzicht te verlenen aan appellant. Dit besluit werd ondersteund door een advies van het Landelijk Bureau bibob, dat een ernstig gevaar zag dat de vergunning zou worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen.
De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het ernstige gevaar niet aannemelijk was omdat de criminele feiten waarop het gevaar was gebaseerd meer dan tien jaar geleden waren gepleegd en het voordeel niet zodanig groot was dat het risico op witwassen nog bestond.
De burgemeester stelde in hoger beroep dat het voordeel als vermogensmutatie blijft bestaan zolang het niet ontnomen is, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat tijdsverloop wel degelijk meegewogen moet worden en bevestigde de rechtbank in haar oordeel. Het besluit van 25 augustus 2014, waarin het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk werd verklaard, werd eveneens vernietigd.
Omdat het horecabedrijf inmiddels door een derde wordt geëxploiteerd en de vergunningen niet meer kunnen worden gebruikt, hoeft geen nieuw besluit te worden genomen. Daarnaast is het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens de weigering van de vergunningen gegrond verklaard en zal de Afdeling dit in een aparte uitspraak behandelen.
De burgemeester is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Raad van State herroept de weigering van de vergunningen en bepaalt dat geen nieuw besluit hoeft te worden genomen; het verzoek om schadevergoeding wordt in een aparte uitspraak behandeld.