ECLI:NL:RVS:2015:2227
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vervallenverklaring tenaamstelling voertuig door RDW
De appellant verzocht de RDW om de tenaamstelling van zijn voertuig met terugwerkende kracht tot 7 oktober 2011 te vervallen te verklaren, omdat het voertuig toen was uitgebrand en afgevoerd. De RDW wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd ten opzichte van een eerder besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde dat toepassing van artikel 4:6 Awb Pro in strijd was met Europese privacyregels, het EVRM en het Handvest van de Grondrechten van de EU, en dat hierdoor zijn toegang tot de rechter werd belemmerd. Tevens verzocht hij om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 4:6 Awb Pro terecht werd toegepast en dat de Europese en mensenrechtenregels hieraan niet in de weg staan. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die toetsing van het besluit door de rechter rechtvaardigden. De verzoeken tot prejudiciële vragen werden afgewezen omdat de Wet op de rechterlijke organisatie dit niet voorziet.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.