ECLI:NL:RVS:2015:2239
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Soestdijkse Grachten wegens onvoldoende motivering perceelafscheiding
De raad van de gemeente Soest stelde op 12 februari 2014 het bestemmingsplan 'Soestdijkse Grachten' vast, waarbij onder meer bestemmingen en aanduidingen werden toegekend aan percelen van appellanten. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit en voerden onder meer aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen en onvoldoende was gemotiveerd over de noodzaak en hoogte van een perceelafscheiding ter voorkoming van geluidsoverlast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat hoewel de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen, het besluit onvoldoende was gemotiveerd wat betreft de positionering en geluidwerendheid van de perceelafscheiding. Ook ontbrak een adequate motivering dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woning van appellanten gegarandeerd is. De raad had bovendien een ander standpunt ingenomen dan in het besluit zonder gewijzigde omstandigheden, waardoor het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid.
Andere bezwaren, zoals het ontbreken van inspraak en de geluidsbelasting door kraanactiviteiten, werden verworpen. De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - perceelafscheiding 1' en de bestemming 'Bedrijventerrein' met persoonsgebonden overgangsrecht betreft. De raad werd opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor de perceelafscheiding en bedrijventerrein met persoonsgebonden overgangsrecht, en de raad moet een nieuw besluit nemen.