ECLI:NL:RVS:2015:224
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking geanonimiseerde politiegegevens op grond van artikel 27 Wpg
In deze zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland die het besluit van de korpschef bevestigde om bepaalde politiegegevens, deels geanonimiseerd, niet te verstrekken op grond van artikel 27 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg).
De korpschef had deze gegevens verstrekt met geanonimiseerde passages, omdat het onthouden van kennisneming noodzakelijk werd geacht voor de goede uitvoering van de politietaak en ter bescherming van de rechten van betrokkenen en derden. De rechtbank oordeelde dat dit standpunt voldoende was gemotiveerd en dat artikel 27 Wpg Pro geen ruimte biedt voor een belangenafweging.
Appellanten voerden aan dat het opsporingsbelang niet meer aanwezig was en dat de motivering onvoldoende was, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat de korpschef niet op een opsporingsbelang had gesteund, maar op de bescherming van privacy van derden. Ook is het enkele verwijzen naar de wettelijke grondslag voldoende als motivering, mede omdat inzage in niet-verstrekte gegevens werd geweigerd.
De Afdeling bevestigt dat artikel 27 Wpg Pro dwingend is en geen beleidsvrijheid laat voor een belangenafweging. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.