ECLI:NL:RVS:2015:2245
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningen uitbreiding veehouderijen wegens onvoldoende passende beoordeling stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 vergunningen voor de uitbreiding van drie agrarische bedrijven onder de Natuurbeschermingswet 1998. De Coöperatie Mobilisation for the Environment en de vereniging Leefmilieu maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaken gezamenlijk op 24 maart 2015.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten. Het college had vergunningen verleend zonder passende beoordeling, omdat de depositietoename per bedrijf minder dan 0,051 mol N/ha/jr zou zijn en dit als niet-significant werd beschouwd. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte was uitgegaan van feitelijke emissies in plaats van de vergunde situatie bij de referentiedatum en dat de drempelwaarde van 0,051 mol N/ha/jr onvoldoende was onderbouwd.
De Afdeling stelde dat het college zich niet had verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet werden aangetast en dat het hanteren van een vaste drempel zonder objectief onderzoek niet toelaatbaar is. Daarom vernietigde de Raad van State de vergunningen voor zover zij krachtens artikel 19d van de Nbw 1998 waren verleend. Het college kreeg zes maanden de tijd om nieuwe besluiten te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De vergunningen voor uitbreiding van drie veehouderijen worden vernietigd wegens strijd met de Natuurbeschermingswet 1998 vanwege het ontbreken van een passende beoordeling van stikstofdepositie.