ECLI:NL:RVS:2015:2250
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlandse nationaliteit wegens gevaar voor openbare orde
Appellant verzocht om bevestiging van zijn optieverklaring tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). De burgemeester weigerde deze bevestiging vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde, zoals bedoeld in artikel 6, vierde lid, RWN. Dit besluit werd door de rechtbank Amsterdam bevestigd, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De weigering is gebaseerd op twee sancties binnen de rehabilitatieperiode van vier jaar voorafgaand aan de optieverklaring: een geldboete van € 2.000,00 (waarvan € 1.500,00 voorwaardelijk) betaald in januari 2012 en een onbetaalde geldboete van € 1.500,00. Volgens de Handleiding bij de RWN leidt een dergelijke sanctie tot weigering van de bevestiging wegens gevaar voor de openbare orde.
Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn beperkte taalvaardigheid en lange verblijfsduur in Nederland, tot afwijking van het beleid zouden moeten leiden. De Raad van State oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om af te wijken van het beleid, aangezien de veroordelingen misdrijven betreffen die ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde rechtvaardigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De weigering van de bevestiging van de optieverklaring tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit wordt bevestigd wegens gevaar voor de openbare orde.