ECLI:NL:RVS:2015:2252
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 26 september 2013 legde de minister een boete van €6.000 op aan appellant wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar matigde de minister de boete tot €4.000. De rechtbank Gelderland vernietigde dit besluit en stelde de boete vast op €2.000. Zowel de minister als appellant stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de minister bij het opleggen van boetes een discretionaire bevoegdheid heeft die moet worden afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. De minister had de boete reeds met 50% gematigd vanwege de geringe omvang en duur van de werkzaamheden. De rechtbank matigde de boete verder, maar de Raad oordeelde dat dit niet gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden en het ontbreken van nieuwe feiten die verdere matiging rechtvaardigen.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat de boete nihil zou moeten zijn vanwege het ontbreken van opzet en culturele gebruiken. Ook het argument dat een wetswijziging tot waarschuwingen zou moeten leiden, werd niet gevolgd omdat deze wijziging nog niet was ingevoerd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van appellant ongegrond verklaard en het beroep van de minister gegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en dat van appellant ongegrond.