ECLI:NL:RVS:2015:226
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening kinderopvangtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen herzag de kinderopvangtoeslag van appellante over 2007 en 2008, stelde de toeslag over 2007 op nihil en over 2008 op een lager bedrag vast, en vorderde teveel betaalde voorschotten terug. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar buiten de wettelijke termijn was ingediend.
Appellante voerde aan dat zij prematuur bezwaar had gemaakt en dat de overschrijding van de termijn verschoonbaar was vanwege een fraudeonderzoek en late kennisname van de besluiten. Zij overhandigde een proces-verbaal en correspondentie ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen in het fraudeonderzoek geen prematuur bezwaar vormden en dat appellante redelijkerwijs wist dat de besluiten nog niet genomen waren. De overschrijding van de termijn was niet verschoonbaar, mede omdat de besluiten naar haar woonadres waren gestuurd en de termijn voor bezwaar in de besluiten was vermeld.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Het recht op toegang tot de rechter wordt niet geschonden door de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.