ECLI:NL:RVS:2015:2266
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 15 mei 2014 aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank, die deze beroepen gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de besluiten van 15 mei 2014 van gelijke strekking zijn als eerdere afwijzingen uit 2012 die rechtens onaantastbaar zijn geworden. Volgens vaste jurisprudentie kan een bestuursrechter een herhaald besluit slechts toetsen indien er nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wetswijzigingen zijn aangevoerd. De vreemdelingen hadden medische verklaringen overgelegd, maar het Bureau Medische Advisering concludeerde dat adequate behandeling in Armenië mogelijk is.
De Raad van State oordeelde dat er geen nieuwe feiten of relevante omstandigheden waren die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De rechtbank had dit niet onderkend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningen asiel worden ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.