ECLI:NL:RVS:2015:2267
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok op 14 juli 2014 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd met betrekking tot de veiligheidssituatie in Tripoli, Libië. De Raad van State stelde vast dat de ingebrachte stukken geen wezenlijk ander beeld geven dan eerdere uitspraken en dat het besluit van de staatssecretaris daarom voldoende gemotiveerd was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee bevestigde de Raad van State de intrekking van de verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.