ECLI:NL:RVS:2015:2268
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling gegrond beroep tegen onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel
De staatssecretaris heeft op 28 april 2015 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd verplicht de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en is de vreemdeling tevens in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit tot vrijheidsontneming onvoldoende gemotiveerd was en daarmee onrechtmatig. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De vrijheidsontnemende maatregel was inmiddels opgeheven, zodat een bevel tot opheffing achterwege kon blijven. De vreemdeling werd een vergoeding toegekend over de periode van de bewaring en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het beroep tegen het terugkeerbesluit werd bevestigd als ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een vergoeding toegekend.