ECLI:NL:RVS:2015:2276
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en zelf afdoening door Raad van State
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 juli 2014 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kinderen, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 oktober 2014 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State en betoogde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat onvoldoende was gemotiveerd waarom hij geen gebruik had gemaakt van de bevoegdheid om de behandeling van de aanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit standpunt onvoldoende had erkend en dat de staatssecretaris zich redelijk had kunnen opstellen gezien de omstandigheden, waaronder het gebruik van Schengenvisa door de vreemdeling en haar kinderen en het belang van minderjarige kinderen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is. Tevens werd bevestigd dat de vreemdeling geen recht had op voorafgaande kennisgeving van het overnameverzoek aan de Franse autoriteiten. De procedurekostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.