ECLI:NL:RVS:2015:2278
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende bewijs nationaliteit EU-burger
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had op 3 april 2015 een terugkeerbesluit genomen tegen een vreemdeling met de opdracht de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod uitgevaardigd. Tevens werd zij in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling voerde aan dat zij Roemeense nationaliteit bezit, maar dit werd door de Belgische en Roemeense autoriteiten niet bevestigd. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat de staatssecretaris onvoldoende concrete aanknopingspunten had om aan te nemen dat de vreemdeling geen EU-burger is. De Terugkeerrichtlijn is niet van toepassing op personen die onder het Unierecht inzake vrij verkeer vallen. De staatssecretaris mocht daarom het terugkeerbesluit en het inreisverbod niet nemen, en deze besluiten worden vernietigd.
De maatregel van bewaring is echter gebaseerd op nationale wetgeving en niet op de Terugkeerrichtlijn. Gezien de ernstige twijfel over de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling was het opleggen van bewaring gerechtvaardigd. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank over de bewaring en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod worden vernietigd, de maatregel van bewaring wordt bevestigd.