ECLI:NL:RVS:2015:229
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 februari 2014 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde deze besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het asielrelaas van de vreemdelingen ongeloofwaardig zou zijn. De beoordeling van geloofwaardigheid behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris en kan slechts terughoudend worden getoetst.
De staatssecretaris had terecht redenen aangevoerd waarom delen van het asielrelaas niet positief overtuigend waren, zoals de vrijwillige terugkeer naar een gevaarlijke situatie en tegenstrijdigheden in verklaringen. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 januari 2015.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.