ECLI:NL:RVS:2015:2293
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag remigratievoorzieningen wegens ontbreken hoofdverblijf in Nederland
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor remigratievoorzieningen op grond van de Remigratiewet, welke door de Raad van Bestuur is afgewezen. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant ten tijde van de aanvraag haar hoofdverblijf in Nederland had. Appellant stelde dat zij vanwege medische redenen tijdelijk in Suriname verbleef en de intentie had zich duurzaam in Nederland te vestigen. De Raad van Bestuur en rechtbank oordeelden dat appellant haar hoofdverblijf gaandeweg naar Suriname had verplaatst, mede gelet op haar uitschrijving uit de Nederlandse basisregistratie personen, beëindiging van haar arbeidscontract en huurovereenkomst in Nederland, en het langdurige verblijf in Suriname.
De Afdeling overwoog dat het begrip hoofdverblijf niet in de wet is gedefinieerd, maar dat de Raad van Bestuur beoordelingsvrijheid heeft bij de invulling hiervan. De Afdeling stelde vast dat de beoordeling naar de feiten ten tijde van de aanvraag correct was en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor haar medische en financiële omstandigheden die haar verblijf in Suriname zouden rechtvaardigen.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag remigratievoorzieningen bevestigd.