ECLI:NL:RVS:2015:230
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens niet-naleving medewerkingsplicht bij vaststelling identiteit arbeidskrachten
De minister legde [appellante] een boete van €36.000 op wegens drie overtredingen van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat zij niet meewerkte aan het vaststellen van de identiteit van drie arbeidskrachten. [appellante] stelde dat zij niet de werkgever was van de arbeidskrachten en dat zij aan haar medewerkingsplicht had voldaan door inzage te geven in haar administratie en door te verwijzen naar [bedrijf A].
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overwoog dat artikel 5:20 Awb Pro een inspanningsverplichting inhoudt die ziet op het verstrekken van inlichtingen na de vordering. Omdat [appellante] niet op de vordering heeft gereageerd, is sprake van opzettelijke niet-naleving van de medewerkingsplicht.
Ook het verzoek tot matiging van de boete wegens financiële draagkracht werd afgewezen, omdat uit de overgelegde jaarrekeningen niet bleek dat de boete onevenredig zou zijn of de continuïteit van de onderneming in gevaar zou brengen. De Raad van State bevestigt daarmee de boete en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €36.000 wegens het niet naleven van de medewerkingsplicht en wijst het hoger beroep af.