ECLI:NL:RVS:2015:2311
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.W. van de Gronden
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Appellant heeft bij het college een omvangrijk informatieverzoek ingediend krachtens de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), dat zodanig veelomvattend was dat tijdige besluitvorming onmogelijk werd gemaakt. Na meerdere ingebrekestellingen en verzoeken om dwangsommen stelde appellant beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat appellant de bevoegdheid tot het indienen van het Wob-verzoek en het beroep had aangewend met het kennelijke doel om geldsommen te incasseren en niet om informatie te verkrijgen.
Appellant voerde aan dat zijn beroep ten onrechte niet inhoudelijk was behandeld en dat hij geen kwade bedoelingen had. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het procesgedrag van appellant, waaronder het indienen van een omvangrijk verzoek en het bewust onduidelijk formuleren van ingebrekestellingen, onderdeel was van een strategie om het college te dwingen tot betaling. Ook het voorstel om tegen betaling het beroep en verzoeken in te trekken, bevestigde dit oordeel.
De Afdeling verwierp de stellingen van appellant dat het college zelf misbruik van recht had gemaakt of het verbod van détournement de pouvoir had geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht; de uitspraak van de rechtbank is bevestigd.