ECLI:NL:RVS:2015:2312
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling
Appellante maakte in 2011 gebruik van kinderopvang en werkte tevens bij het kinderdagverblijf. De Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot kinderopvangtoeslag tot nihil vanwege onvoldoende gegevens over de gemaakte kosten. Appellante stelde dat een deel van haar salaris werd ingehouden voor de kosten en dat zij met behulp van een boekhouder bewijs had verzameld, mede omdat het kinderdagverblijf failliet was gegaan.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk kosten had betaald, mede omdat de loonstroken achteraf waren opgesteld en niet konden worden geverifieerd met andere documenten zoals de arbeidsovereenkomst, plaatsingsovereenkomst of facturen. Daarnaast waren er inconsistenties tussen de loonstroken en bankafschriften. De Raad van State bevestigde dit oordeel en vond dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd om het besluit van de Belastingdienst te weerleggen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag blijft in stand.