ECLI:NL:RVS:2015:2325
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor opgraven en herbegraven stoffelijk overschot na grafrustperiode
De zaak betreft een geschil over de vergunningverlening door de burgemeester van 's-Hertogenbosch voor het opgraven en herbegraven van het stoffelijk overschot van de vader van de vergunninghouder. De burgemeester had aanvankelijk de aanvraag afgewezen, maar na bezwaar alsnog de vergunning verleend. De zus van de vergunninghouder, appellante, maakte bezwaar tegen deze vergunningverlening en stelde dat de burgemeester ten onrechte de broer als enige rechthebbende op het graf had aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De burgemeester mocht uitgaan van de feiten en omstandigheden op het moment van besluitvorming, waaronder een grafakte waarin de broer als enige rechthebbende werd erkend. De grafrust van de vader was op dat moment al meer dan tien jaar gerespecteerd, waarna zwaarwegende belangen voor verstoring van de grafrust kunnen worden meegewogen.
De Raad van State oordeelt dat de wens van de vergunninghouder om de vader en moeder bij elkaar te begraven een zwaarwegende reden vormt die zwaarder weegt dan het belang van het voortduren van de grafrust. De rechtbank heeft de vergunningverlening door de burgemeester terecht terughoudend getoetst en geen aanleiding gevonden om de vergunning te weigeren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening door de burgemeester bevestigd.