ECLI:NL:RVS:2015:2329
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.C. van Sloten
- M.A.A. Mondt-Schouten
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Landgoed De Utrecht wegens strijd met ruimtelijke ordening en natuurwetgeving
De raad van de gemeente Hilvarenbeek stelde op 13 maart 2014 het bestemmingsplan "Landgoed De Utrecht" vast, dat onder meer veertien nieuwe woningen en uitbreiding van een golfterrein mogelijk maakte. De vereniging Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek e.o. en anderen stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en stelde vast dat de raad onvoldoende had onderbouwd dat de uitbreiding van het golfterrein binnen de planperiode wenselijk was, waardoor het plan in strijd was met artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
Verder oordeelde de Afdeling dat de woningbouw op verschillende locaties niet als één woningbouwlocatie kon worden aangemerkt en dat het plan in strijd was met artikel 11.1 van de Verordening ruimte 2012 omdat nieuwbouw in de groenblauwe mantel werd toegestaan zonder de vereiste zorgvuldige toetsing. Ook was het plan strijdig met artikel 4.2 van de Verordening ruimte 2012 vanwege onvoldoende bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Daarnaast ontbrak een passende beoordeling voor de mogelijke stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied "Kempenland-West" zoals vereist op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vereniging gegrond en vernietigde het bestemmingsplan voor de genoemde onderdelen. Het beroep van [appellant sub 2] en anderen werd deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond. De raad werd opgedragen de vernietigde onderdelen binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vereniging.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Landgoed De Utrecht wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met ruimtelijke ordening en natuurwetgeving.