ECLI:NL:RVS:2015:2332
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens niet-vergunde onzelfstandige bewoning in kwetsbaar gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 7 maart 2013 een last onder dwangsom op aan appellant wegens het niet-vergund omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte, bewoond door drie studenten. Het bezwaar en beroep van appellant werden ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. Appellant stelde dat de drie bewoners een duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormden en dat de dwangsom niet in redelijke verhouding stond tot de overtreding.
De Raad van State overwoog dat de criteria voor een duurzaam gemeenschappelijk huishouden, zoals vastgelegd in de Nota Kamerbewoning en het Uitvoeringsbeleid, niet waren vervuld. De verklaringen van bewoners toonden geen intentie tot langdurig samenwonen en wederzijdse zorg. Ook werd geoordeeld dat de dwangsom proportioneel was en conform de richtlijnen was vastgesteld. Het college mocht de dwangsom invorderen ondanks de lopende hogerberoepsprocedure en de aangenomen motie van de gemeenteraad.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot last onder dwangsom en invordering wordt bevestigd.