ECLI:NL:RVS:2015:2333
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging dwangsommen bij permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Appellant bewoont permanent een recreatiewoning op een perceel met bestemming 'Verblijfsrecreatie', wat in strijd is met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde een last onder dwangsom op om de permanente bewoning te beëindigen, met een maximum van €50.000,00. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college niet voldoende het algemeen belang had gemotiveerd, dat er bijzondere omstandigheden zijn om af te zien van handhaving, dat de dwangsommen onevenredig hoog zijn en dat het college onterecht overging tot invordering van de dwangsommen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het algemeen belang bij handhaving gegeven is en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn om af te zien van handhaving.
De Afdeling stelde echter vast dat de hoogte van de dwangsommen niet in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang, omdat het vermeende financiële voordeel van appellant niet aannemelijk was. Daarom werd het maximum bedrag aan dwangsommen gematigd tot €35.000,00. Ook het besluit tot invordering van €50.000,00 werd vernietigd en vastgesteld op €35.000,00. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Deze uitspraak vervangt de eerdere besluiten en benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering en redelijke verhouding bij het opleggen en invorderen van dwangsommen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak matigt de maximale dwangsom en de invordering daarvan tot €35.000,00 en verklaart het hoger beroep gegrond.