ECLI:NL:RVS:2015:2340
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning kappen houtopstanden in kader Ontpoldering Noordwaard
Het college van burgemeester en wethouders van Werkendam verleende op 15 april 2015 een omgevingsvergunning aan Combinatie Noordwaard voor het kappen van houtopstanden op een perceel te Werkendam in het kader van het project Ontpoldering Noordwaard. Appellanten, wonend op een aangrenzend perceel, stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateerde dat het college onvoldoende had gemotiveerd welke bomen precies gekapt zouden worden en dat het onderzoek naar de natuurwaarde van de houtopstanden ontbrak. Tevens bleek uit nader onderzoek dat sommige te kappen bomen vergroeid waren met bomen op het perceel van appellanten, hetgeen niet in het besluit was meegenomen. Hierdoor was het besluit gebrekkig en werd het beroep gegrond verklaard.
Na de zitting overhandigde het college aanvullende stukken waaruit bleek welke bomen precies gekapt zouden worden en werd een natuuronderzoek gepresenteerd dat beperkte natuurwaarden aantoonde. Het college motiveerde verder dat de kap in overeenstemming was met het rijksinpassingsplan en dat een compensatieplan voor herplanting bestond. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college in redelijkheid de vergunning had kunnen verlenen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.