ECLI:NL:RVS:2015:2344
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering lichte maatregel
De vreemdeling werd op 21 mei 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de motivering van de staatssecretaris waarom geen lichter middel dan bewaring werd toegepast. De staatssecretaris had niet expliciet beoordeeld of bijzondere persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling de maatregel onevenredig maakten, zoals zijn gezondheid en aanwezigheid van zijn echtgenote in Nederland.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering voldoende was. Het is aan de staatssecretaris om deze belangenafweging te maken en de rechtbank toetst deze. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, en bepaalde dat de bewaring per direct wordt opgeheven.
Daarnaast werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en werden proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering en de vreemdeling ontvangt een vergoeding en proceskosten.