ECLI:NL:RVS:2015:2347
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning tijdelijke woning in bedrijfsgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Neerijnen weigerde op 21 mei 2014 een omgevingsvergunning aan appellant voor het plaatsen van een tijdelijke woning in een bedrijfsgebouw met een instandhoudingstermijn van vijf jaar op een perceel te Heesselt. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De Raad van State oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de vergunning heeft geweigerd, met name omdat het niet aannemelijk heeft gemaakt dat de tijdelijke bewoning niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het college baseerde de weigering vooral op een vaste bestuurspraktijk en handhaafbaarheidsaspecten, zonder concrete ruimtelijke overwegingen of verwijzingen naar eerdere vergelijkbare gevallen.
Verder stelde de Raad vast dat het bestemmingsplan het tijdelijk wonen in een bedrijfsgebouw niet toestaat, maar dat de tijdelijke woning noodzakelijk is in afwachting van de bouw van een nieuwe bedrijfswoning waarvoor al een vergunning was verleend. De Raad concludeert dat het college het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd en dat de rechtbank dit niet juist heeft beoordeeld.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant gegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning voor tijdelijke bewoning in een bedrijfsgebouw wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.