ECLI:NL:RVS:2015:2379
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningverlening schapenhouderij wegens ontbreken passende beoordeling stikstofdepositie Natura 2000
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel weigerde aanvankelijk een vergunning voor een schapenhouderij aan te vragen omdat de stikstofdepositie volgens hen niet vergunningplichtig was. Na bezwaar verleende het college alsnog een vergunning voor 300 schapen, stellende dat een depositie van maximaal 0,05 mol N/ha/jr verwaarloosbaar is.
De Coöperatie Mobilisation for the Environment (Mob) stelde beroep in tegen deze vergunningverlening, stellende dat het college zonder passende beoordeling niet kon uitsluiten dat de stikstofdepositie de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden zou aantasten. De Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte zonder nader onderzoek had geconcludeerd dat de bijdrage geen significante gevolgen zou hebben.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 19f, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998. Tevens werd een termijn van zes maanden gesteld voor het nemen van een nieuw besluit en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de schapenhouderij wordt vernietigd wegens ontbreken van een passende beoordeling van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.