ECLI:NL:RVS:2015:238
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ernstig niet-politiek misdrijf en risico detentie Libië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen wegens het plegen van een ernstig niet-politiek misdrijf, namelijk verkrachting van zijn zus. De rechtbank had dit besluit vernietigd, maar de Raad van State bevestigt dat verkrachting onder artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag valt en dat het besluit terecht is genomen.
Daarnaast heeft de staatssecretaris aangevoerd dat de vreemdeling bij terugkeer naar Libië geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, omdat mishandeling en marteling vooral gericht zouden zijn op aanhangers van Gadaffi. De Raad van State oordeelt echter dat ook andere gedetineerden, waaronder personen die een gemeen delict hebben gepleegd, risico lopen op mishandeling en marteling in detentiecentra in Libië.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €980,00. De gronden van de uitspraak zijn verbeterd en uitgebreid gemotiveerd in lijn met internationale standaarden en ambtsberichten over de situatie in Libië.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.