ECLI:NL:RVS:2015:2386
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens onterechte aanmerking medeplegen omzetting woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 2 oktober 2013 een bestuurlijke boete van €12.000 op aan appellant wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant als medepleger kan worden aangemerkt op grond van artikel 5:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Medeplegen vereist een bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering van de overtreding. De Raad van State oordeelde dat de verklaringen van betrokkenen, waaronder een bewoner en een aannemer, onvoldoende bewijs leverden voor een dergelijke bewuste samenwerking.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, herroept het boetebesluit en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de boete en herroept het besluit omdat appellant niet als medepleger kan worden aangemerkt.