ECLI:NL:RVS:2015:2391
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- M.A.A. Mondt-Schouten
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en wijziging bestemmingsplan Bedrijventerrein Beatrixhaven wegens onvoldoende zorgvuldigheid en rechtszekerheid
De raad van de gemeente Maastricht stelde op 18 juni 2013 het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Beatrixhaven' vast. Hiertegen werd beroep ingesteld door verschillende appellanten, waaronder individuele bewoners en de stichting SOB. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat de raad onvoldoende inzicht had gegeven in de milieucategorieën en de bestaande bedrijfshallen, waardoor het besluit niet zorgvuldig was voorbereid.
De Afdeling vernietigde daarom delen van het besluit van 18 juni 2013, met name voor specifieke percelen en planregels. De raad kreeg de opdracht het plan te wijzigen en een ander planregeling vast te stellen die rekening houdt met de bestaande situatie en een juiste motivering bevat.
Bij besluit van 21 april 2015 stelde de raad het plan gewijzigd vast, waarbij de milieuzonering werd aangepast en een afwijkingsbevoegdheid werd toegevoegd. De Afdeling oordeelde dat de beroepen tegen dit gewijzigde besluit ongegrond waren, omdat de raad het plan in redelijkheid had kunnen wijzigen en de zienswijzen onvoldoende aannemelijk maakten dat het plan niet uitvoerbaar zou zijn.
De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan één van de appellanten en tot vergoeding van griffierechten aan alle appellanten. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige voorbereiding en rechtszekerheid bij bestemmingsplannen.
Uitkomst: De beroepen tegen het oorspronkelijke bestemmingsplan worden gegrond verklaard en vernietigd, terwijl de beroepen tegen het gewijzigde plan ongegrond zijn verklaard.