ECLI:NL:RVS:2015:2425
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel en toegangsweigering vreemdeling bij grenscontrole
De vreemdeling werd op 10 februari 2015 de toegang tot het Verenigd Koninkrijk geweigerd en teruggestuurd naar Hoek van Holland, waar hij op 11 februari aan een grenscontrole werd onderworpen. Na eerstelijnscontrole werd hij naar een afgeschermde ruimte gebracht voor tweedelijnscontrole, waarna hem om 17.06 uur de toegang tot het Schengengebied werd geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd met plaatsaanduiding JCS.
De vreemdeling stelde dat hem reeds bij de wachtruimte tussen eerstelijns- en tweedelijnscontrole onrechtmatig de vrijheid was ontnomen, en dat de vrijheidsontnemende maatregel daarom onrechtmatig was. De Raad van State oordeelde dat de feitelijke bewegingsbeperking niet het gevolg was van een actief ingrijpen van de overheid en daarom geen vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro vormde. Ook was de duur van de beperking niet onredelijk lang.
Verder stelde de vreemdeling dat voor het vervoer van Hoek van Holland naar het JCS een aparte beschikking vereist was. De Raad van State bevestigde dat de vrijheidsontnemende maatregel met plaatsaanduiding JCS ook het vervoer en wachten daarop rechtvaardigde, en dat geen aparte beschikking nodig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.