ECLI:NL:RVS:2015:2427
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na toegangsweigering Schengengebied
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaarde. De maatregel was opgelegd na weigering van toegang tot het Schengengebied en het vervoer naar het Justitieel Complex Schiphol (JCS).
De vreemdeling stelde dat hem reeds bij de tweedelijnscontrole vrijheidsontneming was opgelegd zonder wettelijke grond en dat de daaropvolgende vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was. Ook voerde hij aan dat voor het vervoer van Hoek van Holland naar het JCS een aparte beschikking had moeten worden afgegeven.
De Afdeling oordeelde dat de feitelijke beperking van bewegingsvrijheid tijdens de wachttijd voor de tweedelijnscontrole geen vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro vormde, omdat deze beperking niet voortkwam uit een actief ingrijpen van de overheid en niet onredelijk lang duurde. Tevens was de vrijheidsontnemende maatregel na toegangsweigering rechtmatig.
Voorts stelde de Afdeling vast dat de vrijheidsontnemende maatregel met plaatsaanduiding JCS ook het vervoer en het wachten daarop dekte, zodat geen aparte beschikking nodig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.