ECLI:NL:RVS:2015:2430
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende opvanggaranties Italië
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 15 april 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of overdracht van de vreemdeling aan Italië in strijd zou zijn met artikel 3 van Pro het EVRM, vanwege het ontbreken van opvanggaranties. De vreemdeling was ten tijde van het besluit circa vijf maanden zwanger en beviel kort daarna van een zoon. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had meegewogen dat het ontbreken van specifieke garanties over opvang van gezinnen met minderjarige kinderen in Italië een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren, zoals ook blijkt uit het arrest Tarakhel van het EHRM.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en verklaarde het beroep gegrond. Tegelijkertijd bepaalde de Afdeling dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, mede omdat de staatssecretaris later alsnog garanties van de Italiaanse autoriteiten had verkregen over opvang van het gezin. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.