ECLI:NL:RVS:2015:2434
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat artikel 3 EVRM zich niet duurzaam verzet tegen uitzetting vreemdeling uit Iran
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 maart 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het duurzaamheidsvereiste in het beleid, zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000, en de vraag of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij al vóór zijn huidige aanvraag in 2011 een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Iran. De staatssecretaris stelde dat de termijn van tien jaren, waarbinnen het duurzaamheidsvereiste wordt beoordeeld, moet worden gerekend vanaf de eerste asielaanvraag waarop het risico is vastgesteld.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg had gegeven aan het duurzaamheidsvereiste door te veronderstellen dat het risico al eerder dan de huidige aanvraag moest worden beoordeeld. De vreemdeling had op het moment dat hij meende het risico te lopen een asielaanvraag moeten indienen. Omdat de termijn van tien jaren vanaf de eerste aanvraag waarop het risico werd vastgesteld nog niet was verstreken, verzet artikel 3 EVRM Pro zich niet duurzaam tegen uitzetting.
De Afdeling verklaarde het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 18 maart 2013 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzende besluit tot verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.