ECLI:NL:RVS:2015:2436
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en oplegging inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 6 augustus 2014 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en de vreemdeling opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
Bij besluit van 23 februari 2015 vaardigde de staatssecretaris tevens een inreisverbod uit en beval onmiddellijke vertrek uit de Europese Unie. De Raad van State oordeelde dat het bevel tot onmiddellijke vertrek geen zelfstandig terugkeerbesluit is en verklaarde zich onbevoegd om hierover te oordelen.
De vreemdeling voerde aan dat het inreisverbod onterecht was opgelegd vanwege taalproblemen tijdens het gehoor en vanwege zijn gezondheidsproblemen (tuberculose en Ebola-epidemie in Guinee). De Raad van State stelde vast dat het gehoor met een Franse tolk correct was verlopen en dat de vreemdeling voldoende gelegenheid had om zijn individuele omstandigheden aan te voeren. Ook was geen aanvraag ingediend om uitzetting wegens gezondheid achterwege te laten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod worden bevestigd.