ECLI:NL:RVS:2015:2437
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 27 januari 2015 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de situatie in Mogadishu onveilig is vanwege de aanwezigheid van Al-Shabaab, waardoor zij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State overweegt dat het besluit van 27 januari 2015 gelijk is aan eerdere afwijzingen uit 2011 en 2012, zodat toetsing alleen aan de orde is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De aangevoerde nationaliteits- en geboorteverklaringen worden niet als nieuwe feiten beschouwd, omdat zij niet aantonen dat de vreemdeling daadwerkelijk in Mogadishu verbleef.
Verder is geen sprake van nieuwe omstandigheden die het eerdere besluit kunnen beïnvloeden. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank, hoewel met een verbetering van de motivering, en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.